Zitting van 25 maart 2022
OPENBARE ZITTING
3 Financiën - Tweede pensioenpijler contractuele medewerkers vanaf 2022 - besluitvormend
Beschrijving
Juridische gronden
● Artikel 97, 7° van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid.
● Artikel 106 van de wet van 15 mei 2007 betreffende civiele veiligheid.
● Besluit zoneraad van 2 januari 2015 omtrent invoering aanvullend pensioenstelsel voor de contractuele personeelsleden en goedkeuring beslissingen van de RSZPPO inzake het bestek, gunning en toewijzing aan een pensioenverzekeraar.
● Besluit zonecollege van 10 december 2021 omtrent tweede pensioenpijler contractuele medewerkers.
● Besluit zonecollege van 14 januari 2022 omtrent tweede pensioenpijler contractuele medewerkers - mogelijkheid step rate.
● Rechtspositieregeling voor niet-operationeel personeel.
Aanleiding
Tussen het statuut van de vastbenoemde personeelsleden en deze aangeworven in contractueel dienstverband bestaan fundamentele verschillen. De toekenning van pensioenrechten is hiervan een belangrijk voorbeeld. Het wettelijk pensioen van een contractuele medewerker kan tot de helft lager zijn dan het overheidspensioen van een vastbenoemde collega met hetzelfde werk en dezelfde jobinhoud.
Om hierin voor een klein deel tegemoet te komen, werd bij opstart van de hulpverleningszone een groepsverzekering afgesloten voor de contractuele personeelsleden bij Belfius Insurance.
Deze laatste heeft de lopende groepsverzekeringsovereenkomst in juni 2021 opgezegd, met ingang van 1 januari 2022. Dit betekent dat Brandweer Zone Rand op zoek moet naar een nieuwe oplossing om de pensioenkloof tussen beide statuten te milderen.
Argumentatie
Een aanvullend pensioen voor contractanten van lokale en aanverwante besturen is zo goed als veralgemeend, met bovendien het sectorale akkoord van 2020 (voor de lokale besturen) dat een minimumbijdrage van 3% oplegt vanaf 01/01/2021.
In september 2021 werd een principeakkoord afgesloten tussen VVSG en OFP Provant om tegen 2022 een nieuw aanbod voor aanvullende pensioenen door lokale- en aanverwante besturen klaar te hebben. De oprichting van OFP Prolocus (0809.537.155) is een feit sinds 17 december 2021.
Wat is het verschil tussen een groepsverzekering en een pensioenfonds ?
Om te voorzien in een aanvullend pensioen voor werknemers moet een werkgever een beroep doen op een pensioeninstelling. Werkgevers mogen het aanvullend pensioen immers niet zelf organiseren, dit moet worden ‘geëxternaliseerd’. De pensioeninstelling int de bijdragen, belegt ze, berekent de aanvullende pensioenen en betaalt ze uit.
Er bestaan twee soorten pensioeninstellingen. De eerste mogelijkheid is om bij een verzekeraar een groepsverzekering af te sluiten. In ruil voor het betalen van bijdragen staat die verzekeraar dan in voor alle verplichtingen waartoe de werkgever zich heeft verbonden. Een groepsverzekering is dus een verzekeringsproduct, aangeboden door een verzekeraar. Tot eind 2021 hebben de meeste Vlaamse lokale - en aanverwante besturen een groepsverzekering bij Belfius Insurance of Ethias. Brandweer Zone Rand was aangesloten bij Belfius Insurance.
Een tweede mogelijkheid is dat de werkgever toetreedt tot een pensioenfonds (instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, IBP, ook wel OFP of Organisme voor de Financiering van Pensioenen genoemd). Dit is een specifieke rechtspersoon die uitsluitend belast is met de financiering van pensioenen. OFP Prolocus (vroeger OFP Provant) is een dergelijk pensioenfonds. Het werkte tot en met 31 december 2021 ten behoeve van het provinciebestuur van Antwerpen en enkele tientallen lokale besturen in de provincie Antwerpen.
Beide systemen hebben voor- en nadelen. Door een beroep te doen op een groepsverzekering wordt de werkgever ‘ontzorgd’, want de verzekeraar neemt, uiteraard tegen een vergoeding voor de kosten (maar met ook de mogelijkheid van een winstdeelname), alle verplichtingen op zich. Een OFP daarentegen moet alles zelf organiseren, maar dat betekent ook dat alle opbrengsten en kosten binnen het OFP blijven. Qua beleggingen is een OFP wat vrijer dan een groepsverzekering, maar beide types pensioeninstellingen moeten er natuurlijk wel voor zorgen dat alle financiële engagementen worden nagekomen. Dat wordt ook gecontroleerd, door de FSMA (Financial services market authority) en voor verzekeraars ook door de Nationale Bank van België.
De VVSG koos uiteindelijk voor een pensioenfonds of OFP. De belangrijkste reden is dat het via die weg mogelijk zou zijn om op termijn te komen tot één publieke speler voor aanvullende pensioenen in Vlaanderen. Bovendien is het potentiële aantal besturen-werkgevers (meer dan 600) en contractanten (meer dan 75.000) groot genoeg om een kostenefficiënt systeem uit te bouwen.
Wat is de rol van de VVSG in dit dossier ?
De VVSG heeft alleen een faciliterende rol. De uiteindelijke beslissing m.b.t. een aanvullend pensioen voor de eigen contractanten moet genomen worden door elk lokaal of ander bestuur. Om deze beslissing te faciliteren, onderhandelde de VVSG met OFP Provant met het oog op de omvorming tot OFP Prolocus, met de RSZ (voor de financiële en gegevensstromen), met de FSMA (toezichthouder), met de vakorganisaties (met het oog op een nieuw kaderpensioenreglement dat door Comité C1 wordt goedgekeurd), enz.
De bedoeling is om in het voorbereidende traject de besturen maximaal te ontzorgen. Er komen ook modelbeslissingen, documenten ter ondersteuning van de communicatie voor de medewerkers, enz.
Welke voor- en nadelen heeft het VVSG-aanbod ?
Het belangrijkste voordeel van de geplande nieuwe tweede pensioenpijler is de ontzorging die de VVSG aanbiedt. Op tal van punten die werkgevers anders zelf moeten regelen, na/neemt de VVSG al het voorbereidend werk voor zich. Zo werd er op het niveau van Comité C1 gewerkt aan een kaderpensioenreglement, met daarin de belangrijkste kenmerken van het nieuwe pensioenplan. Dat reglement geldt voor alle besturen die toetreden, zodat ze over die elementen niet meer nog eens zelf met de vakorganisaties moeten onderhandelen. Het bestaande systeem waarbij de bijdragen geïnd worden via de RSZ-aangifte blijft behouden. Hierover werd een overeenkomst gesloten met de RSZ. Ook dat is een faciliteit die besturen (of hun pensioeninstelling) zelf niet meer moeten regelen. Voorts zijn er de contacten met de toezichtsautoriteit FSMA waardoor van meet af aan zeker is dat de aanvullende pensioenen volledig volgens de (steeds strengere) regels worden georganiseerd.
Door toe te treden vermijden de besturen natuurlijk ook een toch wel complexe overheidsopdracht op een domein waarover lokaal vaak relatief weinig expertise voorhanden is. Het belangrijkste voordeel ligt echter in de kostenefficiëntie. Pensioeninstellingen zijn aan zware eisen en dus vaste kosten onderworpen qua beheer, financieel beleid, transparantie, dienstverlening, enz. Door veel besturen met hun contractanten te verzamelen in één entiteit, ontstaan er positieve schaaleffecten, en dus lagere kosten per aangeslotene.
Door toetreding bij een IPB is het bestuur ook meer betrokken bij het beheer van zijn pensioenfinanciering, dat in tegenstelling tot een groepsverzekering het bestuur een vertegenwoordiger in de algemene vergadering van OFP Prolocus afvaardigt en naast controlebevoegdheid ook de mogelijkheid heeft om - indien nodig- punten op de agenda van de algemene vergadering te zetten. In tegenstelling tot een groepsverzekering streeft een IPB geen winsten na ten voordele van de organisatie zelf. Een IPB heeft bovendien ruime beleggingsmogelijkheden zodat een beter rendement mogelijk is dan in een tak 21 verzekering, zonder dat dit enige garantie inhoudt.
Het belangrijkste nadeel van het stopzetten van de groepsverzekering is het verlies van het gegarandeerde rendement. Een werknemer voor wie een aanvullend pensioen wordt opgebouwd, heeft op het moment van de pensionering de zekerheid van een bepaald minimumrendement, de zogenaamde ‘WAP-rente’ (WAP: Wetgeving op aanvullende pensioenen). Vandaag bedraagt die 1,75% per jaar actieve dienst. Als de beleggingen van de pensioeninstelling dat rendement niet halen (bv. wegens slechte prestaties op de financiële markten), dan kan een werkgever aangesproken worden om het verschil bij te passen, want hij heeft zich geëngageerd tegenover zijn medewerker. In de aflopende groepsverzekering bij Belfius Insurance en Ethias was dat verplichte minimum rendement afgedekt door de verzekeraars zelf. Zij pasten het noodzakelijke verschil desgevallend bij en konden de werkgevers-besturen hiervoor niet aanspreken. Hier ligt meteen ook de belangrijkste reden waarom de overeenkomst werd opgezegd, want de verzekeraars moesten de voorbije jaren telkens veel geld toevoegen om aan de verplichtingen te voldoen. Vandaag de dag is er geen enkele aanbieder die nog zal willen of kunnen werken met een dergelijk gegarandeerd rendement. Op dat vlak gaan de besturen er dus op achteruit. Het is wel de bedoeling dat de hierboven aangehaalde voordelen, gekoppeld aan een financieel beleid dat de kans op extra tussenkomsten van de werkgevers klein houdt, opwegen tegen dit belangrijke nadeel.
Wat is een pensioenplan en welke soorten bestaan er ?
Een pensioenplan is de manier waarop de belofte van de werkgever aan de werknemer om te voorzien in een aanvullend pensioen, concreet vorm krijgt. In elk plan is het zo dat de werkgever verantwoordelijk blijft voor de aan de werknemer gedane pensioenbelofte. De werkgever mag een pensioenplan niet zelf uitvoeren maar is verplicht om dit toe te vertrouwen aan een aparte juridische entiteit: een pensioeninstelling (verzekeraar of pensioenfonds). De werkgever zal de pensioenbelofte aan de werknemer financieren door betalingen te doen aan deze pensioeninstelling. Deze laatste belegt deze middelen zo goed mogelijk en zorgt ook voor de administratieve opvolging.
Blijken de financiële middelen die de pensioeninstelling op de pensioendatum heeft te laag om in de belofte of het wettelijke minimum te voorzien, dan zal de pensioeninstelling de werkgever aanspreken om het verschil bij te passen.
Het wettelijke minimum bestaat erin dat voor de jaren actieve dienst de werknemer ten minste recht heeft op een kapitalisatie aan de zogenaamde 'WAP-rente', een rendement bepaald door de wet aanvullende pensioenen (WAP). Die WAP-rente bedraagt vandaag 1,75% per jaar.
Er bestaan drie soorten pensioenplannen. Defined benefit of vaste prestaties, cash balance en defined contribution of vaste bijdragen. OFP Prolocus biedt de formule aan van een vastebijdragenplan. In dit plan belooft de werkgever een bepaalde bijdrage (een bijdrage uitgedrukt als een percentage van het aan de RSZ onderworpen brutoloon)te betalen zonder vastgesteld rendement. De behaalde rendementen worden toegekend conform het kaderreglement.
Driehoeksrelatie werkgever-werknemer-pensioeninstelling

Welke besturen kunnen toetreden tot OFP Prolocus ?
Alle Vlaamse lokale besturen die konden toetreden tot de groepsverzekering bij Belfius Insurance en Ethias, kunnen ook aansluiten bij OFP Prolocus. Het gaat dus o.m. om gemeenten en OCMW's, hulpverleningszones, politiezones, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, autonome gemeentebedrijven, gemeentelijke vzw's, welzijnsverenigingen en andere samenwerkingsverbanden van OCMW's, provincies en provinciale instellingen, enz.
Hoeveel kost de toetreding tot OFP Prolocus ?
De belangrijkste kosten voor een bestuur hangen natuurlijk samen met het engagement van het bestuur zelf tegenover de eigen contractanten, uitgedrukt in een percentage van het loon. In ruim 90% van de gemeentebesturen binnen onze hulpverleningszone en in 63% van andere Vlaamse hulpverleningszone is dat vandaag 3% of meer.
Voor Brandweer Zone Rand bedraagt dit momenteel nog maar 1%. Op deze manier zijn we absoluut niet concurrentieel met de privésector of zelfs met andere hulpverleningszones en/of besturen. Om een aantrekkelijke werkgever te zijn voor contractuele medewerkers, dient deze bijdragevoet dan ook aangepast te worden naar 3% of meer. Ook het toekennen van een steprate behoort tot de mogelijkheden. Hier heeft men aandacht voor de contractuele medewerkers die meer verdienen dan +/- 64.000 euro per jaar maar daar geen wettelijk pensioen voor opbouwen. De berekening van het wettelijk pensioen voor contractuele medewerkers is immers begrensd op 63.944,74 euro (lonen 2022). Om de kloof tussen het laatste loon en het wettelijk pensioen plus het aanvullend pensioen van de verschillende personeelscategorieën wat gelijk te trekken, kan deze steprate worden toegepast.
Onderstaande tabel geeft een overzicht wat er toegepast worden in andere Vlaamse hulpverleningszones.

Uit recente bevraging van de gemeentebesturen in onze hulpverleningszone mochten we onderstaande bijdragevoeten noteren voor hun contractuele medewerkers.

Daarnaast geldt er ook, als bijkomende veiligheid, gedurende vijf jaar een zogenaamde extra prefinanciering van 5% boven op de pensioentoezegging. Met die middelen bouwt OFP Prolocus voor elk bestuur eigen zogenaamde vrije reserves op die zoveel mogelijk moeten vermijden dat besturen-werkgevers worden aangesproken om een eventueel tekort bij te passen. Als de vrije reserves hoog genoeg zijn, kan OFP Prolocus beslissen dat de prefinanciering deels wordt ingezet om de pensioenbijdragen van één of meer jaar deels te betalen. Voor alle duidelijkheid: de prefinanciering zal ook gelden voor besturen die pas later toetreden, en voor hen ook even veel jaar gelden als voor besturen die van bij de start in 2022 instappen.
Op de pensioenbijdragen (toezegging en prefinanciering) moet ook 8,86% socialezekerheidsbijdragen worden betaald.
Een derde luik wordt gevormd door de effectieve kosten die het pensioenfonds moet maken om te functioneren: personeelskosten, kosten van allerhande (vaak verplichte en strikt gereglementeerde) dienstverlening, opgelegde jaarlijkse communicatie aan de contractanten van de aangesloten besturen, organisatie van een aanspreekpunt voor vragen, enz. Een deel van die kosten hangt niet of nauwelijks samen met de omvang de pensioeninstelling, zodat iedereen er baat bij heeft dat zo veel mogelijk besturen met zoveel mogelijk contractanten aansluiten. Zo worden de kosten per aangeslotene beperkt.
In 2022 wordt er gestart met een forfaitaire kostenfactuur van 1000 euro per jaar per werkgever en 10 euro per jaar per aangesloten medewerker. Die bedragen zullen in 2023 en 2024 worden geïndexeerd. Nadien zal een meer stabiel systeem van kostenvergoeding worden uitgebouwd, gebaseerd op de werkelijke kosten enerzijds en het werkelijk aantal aangesloten besturen en medewerkers anderzijds.
Hoe zullen de financiële stromen verlopen ?
Wat de besturen kennen van de groepsverzekering, nl. de inning van de bijdragen via de RSZ, blijft behouden. Dat betekent dat er een eerste financiële stroom zal zijn tussen het bestuur en de RSZ via de kwartaalaangiften. De RSZ zal van OFP Prolocus het percentage krijgen dat het elk kwartaal moet toepassen op de volledige contractuele loonmassa van het bestuur, dus zonder verbijzondering per medewerker. Ook als het bestuur met een zogenaamde step rate werkt zal dat het geval zijn. Dat percentage zal OFP Prolocus berekenen aan de hand van enerzijds de toezegging door het bestuur en anderzijds de noodzakelijke bufferfinanciering (gedurende de eerste jaren). Daarnaast zal OFP Prolocus jaarlijks aan de RSZ vragen om een bijkomend bedrag te innen bij de besturen. Dat bedrag zal bestaan uit enerzijds de ontbrekende financiering (zodat de mate van bufferfinanciering voor alle besturen gelijk is) en anderzijds de jaarlijkse kosten.
De RSZ rekent op de voor rekening van OFP Prolocus geïnde bedragen een kostenvergoeding van 0,2% aan.
In 2022 zal dit systeem van financiële stromen pas vanaf de tweede jaarhelft functioneren (in functie van de toetredingsbeslissingen van de deelnemende besturen), met een hogere inhaalbijdrage na afloop van het jaar tot gevolg.
De bedragen die de RSZ int, vloeien vervolgens (al dan niet via maandelijkse voorschotten) naar OFP Prolocus. Dat doet de nodige berekeningen om de juiste bedragen op de pensioenrekeningen van de medewerkers bij te schrijven. De ontvangsten voor de kostenvergoeding zal OFP Prolocus de eerste drie jaar opsparen, tot er meer duidelijkheid is over het werkelijke kostenniveau en het aantal aangesloten besturen en medewerkers.
Bij de pensionering van een medewerker ontstaat een derde stroom, nl. tussen OFP Prolocus en de gepensioneerde voor de uitbetaling van de opgebouwde reserves onder de vorm van een eenmalig kapitaal of een rente.

Wat verandert er voor de werknemers ?
Zo weinig mogelijk. Het doel van het nieuwe systeem is om zo dicht mogelijk bij het huidige te blijven, zeker wat betreft de engagementen tegenover de contractanten.
Zoals de bestaande groepsverzekering, werkt ook het nieuwe aanbod uitsluitend met werkgeversbijdragen en niet met werknemersbijdragen. Er is dus geen impact op het nettoloon van de contractanten. Ook de bestaande overlijdensdekking blijft behouden. Net als vandaag komt er dan weer geen vergoeding voor arbeidsongeschiktheid.
Besturen die zich hebben verbonden tot een bepaalde bijdrage op het loon (bv. 3%), zullen dat kunnen blijven doen onder het nieuwe stelsel. Daarnaast is er het door de wetgever opgelegde minimumrendement van vandaag 1,75%, waaraan elk systeem van aanvullende pensioenen moet voldoen.
Er zijn wel meer mogelijkheden voor werkgevers om het bijdragepercentage te laten afhangen van de hoogte van het loon, om zo het verschil tussen het laatste loon en het wettelijk pensioen extra te verkleinen. Dat is de zogenaamde 'step rate'. Besturen kunnen die toepassen omdat de berekening van het wettelijke pensioen vandaag geen rekening houdt met het loongedeelte boven de ca. 64.000 euro per jaar (lonen 2022). Door op het loongedeelte daarboven een hogere toezegging (bv. 5%) toe te passen dan op het loongedeelte onder die grens (bv. 3%), kan een deel van dat negatieve effect worden geneutraliseerd.

Simulaties pensioentoezegging met- en zonder steprate
Voor wie in 2022 of later als contractant met pensioen gaat, verandert er zeker wel iets. Ten eerste zal iedereen de mogelijkheid hebben om het aanvullende pensioen in kapitaal of in een levenslange rente te laten uitbetalen. Dat laatste zal echter, zoals de wet voorschrijft, alleen kunnen als die levenslange rente ten minste ca. 660 euro per jaar bedraagt, een jaarlijks te indexeren bedrag dat door de wetgever wordt opgelegd.
Daarnaast zal wie vanaf 2022 met pensioen gaat, twee aanvullende pensioenen uitbetaald krijgen: één van Belfius Insurance of Ethias (tenzij de daar opgebouwde reserves zouden worden overgedragen) en een tweede van OFP Prolocus. Doel is in elk geval dat dit administratief zo goed en toegankelijk mogelijk wordt georganiseerd.
Voor de werknemers is er een bijkomend voordeel, nl. de dekking van o.a. moederschapsrust, adoptieverlof, arbeidsongeval en beroepsziekte als gelijkgestelde periode. Dat is een verbetering tegenover de huidige groepsverzekering.
Voorts gaan de door de besturen betaalde kosten niet af van de bijdragen, maar komen ze erbovenop, zodat een groter deel van de financiering de medewerkers zelf ten goede komt. Dat is een extra voordeel voor de medewerkers.
Tot slot bevat het kaderreglement een regeling die van bij de start inhoudt dat een deel van het behaalde rendement toekomt aan de aangeslotenen.
Wat gebeurt er met de bij Belfius opgebouwde reserves ?
Tot begin 2022 blijven de reserves verder aangroeien met de bijdragen van de besturen die betrekking hebben op lonen van 2021 en met de rendementen op de financiële markten. Als er verder niets gebeurt, blijven de reserves nadien verder oprenten, en worden ze uiteraard ook gebruikt om de beloofde aanvullende pensioenen te betalen voor prestaties van contractanten tot eind 2021. Het rendement van 1,75% (en voorheen 3,35%) blijft hierbij gegarandeerd, wat betekent dat werkgevers hiervoor niet aangesproken kunnen worden.
Wat er uiteindelijk met de reserves gebeurt, maakt het voorwerp uit van extra onderzoek. Die beslissing moet later nog genomen worden. Afwegingen die daarbij kunnen spelen zijn het gegarandeerde rendement versus de kans op hogere (of het risico op lagere) rendementen binnen de nieuwe entiteit. Ook de administratieve eenvoud (één pensioeninstelling voor wie met pensioen gaat) of complexiteit (meer dan één pensioeninstelling) kan een rol spelen.
Wat dient er te gebeuren ?
Volgende beslissingen dienen te worden genomen en bijgevoegde documenten dienen ondertekend te worden om terug te sturen aan OFP Prolocus tegen ten laatste einde april 2022. Deze timing is noodzakelijk om alles in gereedheid te hebben voor de verrekening vanaf het 2de kwartaal 2022. De nieuwe pijler geldt vanaf 1 januari 2022 dus zal deels met terugwerkende kracht worden geïnd.
Te nemen beslissingen :
● Akkoord met toetreding tot OFP Prolocus en afvaardiging namens Brandweer Zone Rand in de algemene vergadering van OFP Prolocus met ingang van 1 januari 2022.
● Beslissing over het toezeggingspercentage en eventuele steprate.
Te ondertekenen documenten :
● Toetredingsakte bij de beheersovereenkomst en het financieringsplan van het OFP Prolocus. Hiermee gaat de zoneraad expliciet akkoord met (documenten in bijlage toegevoegd) :
○ de statuten van OFP Prolocus
○ deelname aan de algemene vergadering van OFP Prolocus
○ de beheersovereenkomst
○ het kaderreglement 2de pensioenpijler contracten
○ het financieringsplan
○ de verklaring inzake beleggingsbeginselen
● Het meningvormend besluit van de zoneraad van 25 maart 2022 in afwachting van afronding termijnen bijzonder onderhandelingscomité van 11 februari 2022.
● Het definitieve besluit van de (extra) zoneraad van 22 april 2022.
Bijlagen
- 20220325 FIN Bijlage 01 Verklaring inzake beleggingsbeginselen
- 20220325 FIN Bijlage 02 2PP Beheersovereenkomst
- 20220325 FIN Bijlage 03 2PP Statuten - AV OFP Prolocus
- 20220325 FIN Bijlage 04 Financieringsplan
- 20220325 FIN Bijlage 05 Kaderreglement DC
- 20220325 FIN Bijlage 06 Toetredingsakte bij de beheerovereenkomst en het financieringsplan ZONDER PROTOCOL NR
- 20220325 FIN Bijlage 06 Toetredingsakte bij de beheerovereenkomst en het financieringsplan ZONDER PROTOCOL NR
- 20220325 FIN Bijlage 07 Kaderpensioenreglement_ aangepaste versie na input vakbonden en VVSG
- 20220325 FIN Bijlage 08 20220317_PROTOCOL_2DE PENSIOENPIJLER_RAND
- 20220325 FIN bijlage 09 20220317_PROTOCOL_2DE PENSIOENPIJLER_RAND (1)
- 20220325 FIN Bijlage 10 Mail van Hulpverleningszone Rand - Bijzonder onderhandelingscomité 11 februari 2022 - Ontwerp protocol
- 20220325 FIN Bijlage 11 Kaderreglement DC_V21032022 (1)
Beraadslaging
De zonecommandant geeft een toelichting en gaat dieper in op de mogelijkheden.
Burgemeester Maarten De Veuster informeert diepgaander naar de toepassing van de step rate. De zonecommandant licht toe dat de step rate enkel wordt toegepast op het deel dat het bruto loon van 65.000 euro overschrijdt. 3% wordt enkel berekend op het gedeelde brutoloon tot maximum 64.000 euro. Voor het loon dat 64.000 euro overschrijdt, wordt geen pensioen opgebouwd, waardoor het verschil in het pensioen tussen statutaire medewerkers en contractuele medewerkers nog veel groter wordt, hoewel beide in wezen steeds dezelfde job hebben uitgeoefend.
Financiële implicatie
Financiële informatie
Begrotingsartikel 351/113-01 voorziet in de budgetten voor de bijdragen aan de 2de pensioenpijler voor de contractuele medewerkers.
Advies financiële dienst
Niet van toepassing.
Motivering
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1
De zoneraad gaat principieel akkoord met de toetreding tot OFP Prolocus met ingang van 1 januari 2022 en neemt akte van de statuten, de beheersovereenkomst, het financieringsplan (algemeen luik en specifiek luik VVSG), de Verklaring inzake Beleggingsbeginselen (algemeen luik en specifiek luik VVSG), het kaderreglement en het bijzonder pensioenreglement en de toetredingsakte.
Artikel 2
De zoneraad stelt burgemeester Johan De Ryck en burgemeester Liesbeth Verstreken aan als afvaardigde respectievelijk plaatsvervanger voor de algemene vergadering van OFP Prolocus. De zoneraad bezorgt deze beslissing aan OFP Prolocus die deze kandidaturen zal goedkeuren in de algemene vergadering.
Artikel 3
De zoneraad beslist tot een pensioentoekenning van 3% van het pensioengevend loon tot het plafond voor de berekening van het wettelijk pensioen en 5% van het pensioengevend loon dat dit plafond overschrijdt.
Artikel 4
De zoneraad stemt in met het feit dat de door het financieringsplan verschuldigde bedragen en de kosten voor het functioneren van OFP Prolocus worden geïnd door de RSZ in naam en voor rekening van OFP Prolocus.
Artikel 5
De zoneraad duidt het diensthoofd financiën aan als contactpersoon voor alle communicatie tussen OFP Prolocus en Brandweer Zone Rand.
Artikel 6
De voorzitter van de zoneraad en de zonecommandant worden gemachtigd om de noodzakelijke vervolgstappen te nemen voor de uitvoering van voormelde beslissingen.